Ronddolen, ronddobberen, stuurloos zijn
het niet meer weten
welke richting
waarheen
waarvoor
los op open zee
geen land in zicht
zelfs geen eiland
waar ik mij op richt
Het voelt nutteloos,
zinloos, er niet toe doen,
niet van waarde want ik doe niets in de buitenwereld,
niets wat zichtbaar is tenminste
een hoop innerlijk werk verzet
niet meer weten wie ik ben
om te beseffen dat ik alles ben
de leegte
de ruimte
het al wat is
de Liefde,
het Licht

Zeeën van ruimte om te ontdekken
met mijn lantaarn in mijn hart ís er altijd zicht
Wellicht niet buiten mij, daar kan het donker en stuurloos zijn
maar als ik kijk naar binnen
in de ruimte, de leegte,
dan vind ik daar
Al wat is.

Het laat me zachtheid voelen,
dieper ademen, gronding voelen in het zicht van mijn bestaan,
een zachte bedding is mijn wezen
daar mag alles bestaan
daar mag alles zijn
ontvang het maar
alle stormen, golven en tsunami’s
ontvang ze maar
zie ze
vanuit jouw stille plek
jouw oog in de storm.

En op een dag zal jij weer weten
voel je de wind in de rug
hijs je alle zeilen
mét het Zicht van jouw bestaan